Informatie is overal en te allen tijde beschikbaar. Hoe moeten mensen al deze informatie filteren om beleggingsbeslissingen te nemen? Uit een survey van CFA Institute onder particuliere beleggers blijkt een duidelijk verschil tussen generaties in hoe beleggingsbeslissingen worden genomen. Met de aankomende overdracht van vermogen naar jongere generaties in de komende 25 jaar moet nu al worden ingespeeld op de veranderende behoefte van klanten.
Mijn oudste zoon (mid 20) belegt al enkele jaren. Zijn doel is het laten groeien van vermogen om later financieel onafhankelijk te worden. Hij ziet deze periode ook als een belangrijke tijd om te leren en investeert in kennisontwikkeling en het opdoen van ervaring met nieuwe producten. Hij gebruikt verschillende bronnen om aan informatie te komen, om te leren en om nu aankopen en verkopen te doen: geschreven klassiekers over Warren Buffett, finfluencers op YouTube, informatie van brokerplatforms en open platforms met financieel nieuws. Hij heeft (nu) nog geen beleggingsadviseur.
Mijn zoon is daarmee een typische Gen Z-belegger. Dat concludeert ook CFA Institute in het rapport Next-Gen Investors (maart 2026), op basis van een survey onder meer dan 2.400 beleggers in zes grote markten, van Gen Z tot babyboomers. Een van de belangrijkste observaties is dat Gen Z-beleggers hun beleggingsbeslissingen baseren op een mix van bronnen, die duidelijk verschilt van bijvoorbeeld babyboomers. Zo wordt social media gebruikt door 44% van Gen Z-beleggers, vergeleken met slechts 19% bij babyboomers. Het grootste onderscheid zit in het gebruik van AI-tools: bijna een derde versus slechts 8%.
De verschuiving in het soort bronnen waarop beleggingsbeslissingen worden genomen, tekent de decentralisering van financiële informatie, een verandering waarop financiële ondernemingen moeten inspelen. De beleggingsadviseur wordt ook door jongere generaties nog steeds geraadpleegd, maar dus naast veel andere bronnen. Dit betekent een veranderde rol voor de adviseur: niet degene die alles weet, maar degene die helpt bepalen wat relevant, betrouwbaar en toepasbaar is uit alle beschikbare informatie. Positionering als sparringpartner in plaats van expert maakt de adviseur des te meer relevant in een wereld vol informatie. Dat Gen Z nog steeds het meeste vertrouwen heeft in de adviseur als informatiebron - zo blijkt ook uit de aangehaalde survey - biedt een belangrijke kans.
Duiding is des te belangrijk omdat het onderzoek ook laat zien dat de overvloed aan informatie het risico vergroot op ruis en kortetermijngericht gedrag. Gen Z-beleggers volgen financiële markten en het financiële nieuws intensief en hebben de neiging hun vermogen om markten te interpreteren en te controleren te overschatten (overconfidence). Hun sociale en digitale omgeving maakt ook dat zij vatbaar zijn voor het maken van beslissingen op basis van FOMO (fear of missing out).
Juist in die context krijgt de rol van de adviseur als vertrouwde sparringpartner extra betekenis. Niet als extra informatiebron maar als degene die helpt keuzes te structureren, afwegingen te maken en beslissingen te toetsen aan lange termijn doelen. In een wereld waarin informatie gedecentraliseerd is, wordt inzicht steeds schaarser. En daarmee verschuift de kern van advies: van het aanreiken van ideeën naar het verbeteren van besluitvorming. Wie die rol weet te pakken, blijft relevant. Want in een wereld vol informatie is niet informatie schaars, maar relevantie, en precies in die wereld zou een sparringpartner voor mijn zoon het verschil kunnen maken.
in Externe publicatie door Anne-Marie Munnik